Seizoensgroenten in Nederland: wat eet je wanneer?
Welke groenten zijn wanneer op hun best in Nederland? Een overzicht per seizoen, van asperges in het voorjaar en tuinbonen in de zomer tot boerenkool en witlof.
Gids3 min lezen

In de supermarkt lijkt het altijd zomer: tomaten, courgettes en paprika's liggen er het hele jaar. Toch heeft de Nederlandse volle grond een duidelijk ritme. Wie daarop let, eet groenten op het moment dat ze het meest smaken, vaak met minder transport en zonder verwarmde kas. Hieronder een overzicht per seizoen. Zie het als een grove leidraad: het weer verschuift de oogst elk jaar een paar weken, en sommige groenten worden na de oogst nog lang bewaard.
Lente: de karige maanden
Maart en april waren van oudsher schrale maanden. De bewaargroenten van de winter raakten op en de nieuwe oogst moest nog op gang komen. Toch is er genoeg: spinazie, postelein, raapstelen, prei en de eerste rabarber. Vanaf april begint het aspergeseizoen, een van de weinige groenteseizoenen waar Nederlanders echt naar uitkijken. Traditioneel loopt het tot Sint-Jan, 24 juni, zodat de planten daarna kunnen herstellen voor het volgende jaar. Asperges horen klassiek bij ei, boter en nieuwe aardappelen, maar ze zijn ook prachtig in een risotto of geroosterd met citroen en olijfolie.
Zomer: overvloed
In juni en juli komt de rest los: tuinbonen, doperwten, sperziebonen, kropsla, komkommers en de eerste kool, zoals spitskool en bloemkool. Later in de zomer volgen courgettes, venkel, maïs en tomaten uit de volle grond. Dit is het seizoen voor eenvoudige gerechten waarin de groente zelf de hoofdrol speelt, zoals een salade van tuinbonen met munt en citroen, of courgette van de grill met knoflook en verse kruiden.
Ook voor wie peulvruchten wil leren kennen, is de zomer een mooi moment. Verse tuinbonen en doperwten smaken heel anders dan hun gedroogde of diepgevroren familieleden: zoeter, frisser en knapperiger. Dop ze op het laatste moment, want na het plukken zetten de suikers zich snel om in zetmeel.
Herfst: wortels en pompoenen
Vanaf september verschuift het accent naar steviger werk. Pompoenen in alle soorten en maten, knolselderij, rode en witte kool, savooiekool, bieten, pastinaak en de eerste spruitjes. Herfstgroenten hebben vaak een natuurlijke zoetheid die in de oven goed tot haar recht komt. Snijd ze in grove stukken, besprenkel met olie en rooster ze tot de randjes karamelliseren. Ook in soep zijn ze op hun best: pompoen met gember, of knolselderij met appel.
Winter: de klassiekers
De winter is het domein van de Hollandse pot: boerenkool, zuurkool, spruitjes, winterpeen, schorseneren en witlof. Witlof is een bijzonder geval. De wortels worden in het najaar uit de grond gehaald en daarna in het donker opnieuw tot uitlopen gebracht, waardoor de bleke, licht bittere kropjes ontstaan. Schorseneren, ook wel keukenmeidenverdriet genoemd omdat ze bij het schillen zo kleven, zijn mild en nootachtig. Daarnaast zijn er de bewaargroenten: uien, aardappelen, wortels en kool, die op een koele plek maandenlang goed blijven.
Kas of volle grond?
Nederland is een groot kasland. Tomaten, paprika's, komkommers en aubergines komen een groot deel van het jaar uit de kas. Dat is niet per definitie slecht, maar buiten het natuurlijke seizoen kosten verwarmen en belichten wel energie. Wie seizoensgebonden wil eten, kijkt daarom niet alleen naar de groente zelf, maar ook naar de herkomst en de teeltwijze op het etiket.
Een groenteboer of markt in de buurt helpt ook. Wat daar in grote bakken en tegen een vriendelijke prijs ligt, is meestal precies wat er nu geoogst wordt. Vraag gerust wat er van dichtbij komt; daar krijg je vaak meteen een paar kooktips bij.